De kikker en het kokende water

Als kind was ik erg zelfzeker. Té zelfzeker, zei mijn vader soms. Ik was een spring-in-’t-veld, stak brutaal mijn tong uit naar onbekenden op straat en dacht dat de wereld voor altijd aan mijn voeten zou liggen.

Daar kwam verandering in toen ik met Joseph trouwde, al ging dat heel geleidelijk aan. Hij kocht kleren voor me naar zijn smaak en vroeg me mijn haar in een carré te laten groeien. Hij was ook te bezorgd om me nog naar de avondles te laten gaan en hij liet me niet meer alleen boodschappen doen.

De subtiele tekenen aan de wand en het feit dat hij mijn grenzen steeds verder opschoof, zag ik gewoon niet. Ook niet toen hij tegen me begon te schreeuwen en me constant begon uit te schelden. Hij kon immers ook zo lief zijn. Dan bracht hij bloemen voor me mee, legde liefdesbrieven op mijn hoofdkussen en verzekerde me voor de zoveelste keer dat ik de vrouw van zijn leven was.

Eigenlijk was het zoals het verhaal van de kikker en het kokende water: als je een kikker in kokend water gooit, springt hij er meteen uit, maar als je hem in koud water zet en dat zachtjes opwarmt, blijft hij zitten tot hij helemaal gekookt en morsdood is. En dat is precies wat ik deed: blijven zitten tot het bijna te laat was. Ik ontsnapte ternauwernood…

Wil je meer weten over de subtiele tacktieken van een pleger of over de eerste tekenen van partnergeweld? Lees dan meer hier.

Previous
Previous

De eerste tekenen van partnergeweld

Next
Next

Had mijn man me maar geslagen