Het potje gedekt houden

© Mariel Kolmschot Fotowerken (www.mkfotowerken.nl)

Ik ben een idioot, heb van niks verstand, kan niet koken en denk veel te traag. Bovendien ben ik zo lelijk als een doodzonde, mijn borsten zijn te klein en mijn onderbenen te zwaar. Ik heb op professioneel niveau muziek gestudeerd, maar toch zing ik nog altijd kattevals. Ondertussen heb ik zeven boeken uitgegeven, maar dat is vreemd, want ik kan geen twee correcte zinnen schrijven. Het is een wonder dat mijn man het zo lang met mij heeft uitgehouden.

In het bijzijn van anderen was ik zijn prinses, de droom die voor hem in vervulling was gegaan. Iedereen vond ons een prachtig koppel. Velen benijdden me en ik had een vriendin die verliefd op hem was. 'Je echtgenoot moet waanzinnig veel van je houden', zei ze. 'Hij vertelt altijd zo veel goeds over je. Zo'n man zou ik ook wel willen.'

Ik glimlachte en speelde de komedie mee. Verdoezelen en excuses vinden werd een tweede natuur. De pijnlijke waarheid onder ogen zien kon ik niet, wou ik niet. Familie, vriendinnen, buren en kollega's hadden geen idee waar ik elke dag doorging. Voor de buitenwereld leek ons huwelijk op een sprookje, maar achter de voordeur was het de hel.

Gedurende 20 jaar zweeg ik en leidde ik een dubbelleven. Uit angst, maar vooral uit schaamte. Tot ik besloot dat dit niet mijn hele leven hoefde te worden en ik met één kleine koffer in de hand vertrok. Voorgoed. Ook de schaamte liet ik resoluut achter mij. Sommigen vonden dat ik moest zwijgen, dat ik "dat potje gedekt moest houden." Wat?! In plaats daarvan schreef ik een boek ("Als liefde overleven wordt") en smeet heel mijn leven op straat. Om het taboe te doorbreken en anderen te helpen. Want een slachtoffer van partnergeweld hoeft zich niet te schamen. Nooit!

Previous
Previous

Ook mannen maken het mee